Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘lichaamsdeel waarop men staat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
Middelnederlands:  voet zn 
Oudnederlands:  fuot zn , aangetroffen in 901 [1]
Germaans: *fōt- m
Indo-Europees: *pṓds, *pod- m
  • Verwant in Germaanse talen:
Gotisch: 𐍆𐍉𐍄𐌿𐍃 (fotus) m
Duits: Fuß (Oudhoogduits: fuoz m)
Engels: foot (Angelsaksisch: fōt m)
Noors: fot (Oudnoords: fótr m)
Fries: foet (Oudfries: fōt m)
  • Verwant in andere Indo-Europese talen:
Hettitisch: pāt-, pat-
Sanskriet: pād, pad- m
Latijn: pēs, ped- m
Oudgrieks: πούς, ποδ- m
enkelvoud meervoud
naamwoord voet voeten
verkleinwoord voetje voetjes

Zelfstandig naamwoord

voet m

  1. (anatomie) voortzetting van het been beneden de enkel; lichaamsdeel waar een mens en dier op staan
  2. de bodem van iets, specifiek iets dat ter ondersteuning dient
  3. (eenheid), (verouderd) oude lengtemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk, bijvoorbeeld de Engelse voet is 0,3048 meter, de Amsterdamse voet was 0,283 meter
  4. (eenheid), (verouderd) oude oppervlaktemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk
  5. afdruk van een voet
  6. basis op grond waarvan iets berekend, bepaald wordt (ruilvoet)
  7. te voet gaan: lopen
     Amateurwielrenners op de Planche des Belles Filles leggen de laatste 200 meter vaak te voet af.[4]
  8. de onderkant van een natuurlijke verhoging (zoals een berg of heuvel) of kunstmatige verhoging (zoals bijvoorbeeld een toren)
     Bij het zwembad ontstond commotie en iedereen begon te speculeren: ‘Zou de brand zijn aangestoken door een van de hikers?’ ’Kunnen we morgen wel richting Kennedy Meadows lopen?’ ‘Is er een alternatieve looproute?’ Het legendarische Kennedy Meadows lag nog maar vier dagen voor me, een kleine, verlaten nederzetting aan de voet van de High Sierra’s.[5]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 "voet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. voet op website: Etymologiebank.nl
  4.   Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  5. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  6. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 15
  7.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

voet

  1. voet


Veluws

Zelfstandig naamwoord

voet

  1. voet