Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -meterMeter
  • me·ter
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘100 centimeter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1802 [1]
  • Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘doopmoeder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330 [1]
  • Naamwoord van handeling van meten met het achtervoegsel -er [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord meter meters
verkleinwoord metertje metertjes

de meter

  1. m (natuurkunde), (eenheid) de SI-basiseenheid van lengte, weergegeven met symbool m
     Amateurwielrenners op de Planche des Belles Filles leggen de laatste 200 meter vaak te voet af.[4]
     Als je hier zou uitglijden zou je honderden meters naar beneden vallen.[5]
     Deze storm zou ik moeten overleven boven op Mount Whitney, 4.421 meter hoog.[5]
  2. m (techniek) meetinstrument, gereedschap of toestel om grootheden (maten, gewichten) te bepalen (zie ook meter)
    • De wijzer van de meter mag niet in het rode gebied komen. 
  3. m (techniek) iemand die metingen verricht of meters afleest
  4. v: een doopmoeder

[1] "SI-basiseenheid van lengte"

  • Geen meter vooruitkomen
Totaal niet verder met iets komen, geen vordering maken
  • Meters maken
Met iets opschieten, vorderingen maken, dichter bij het gestelde doel komen
  • Voor geen meter
Helemaal niet
100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]
  1. 1,0 1,1 "meter" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. meter op website: Etymologiebank.nl
  3. meter op website: Etymologiebank.nl
  4.   Weblink bron
    Rob Gollin
    “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  5. 5,0 5,1
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  6.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


meter

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter (Amerikaans Engels)

  1. (natuurkunde), (wiskunde), (eenheid) meter


meter

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter m

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter m

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter m

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


  • me·ter
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meter
metía
metido
volledig

meter

  1. overgankelijk stoppen, opbergen, leggen
  2. storten (geld)
  3. doen begrijpen
  • meter la pata ahora
een bok schieten, een flater begaan


  • me·ter

meter

  1. genitief meervoud van metro

meter

  1. genitief meervoud van metrum


meter

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter


meter

  1. (eenheid)(natuurkunde)(wiskunde) meter