landmeter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·me·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landmeter landmeters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

landmeter m [1]

  1. (beroep) iemand wiens beroep het is land op te meten (bijv. een ambtenaar van het kadaster, die de omvang van grondkavels vaststelt)
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen