Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tel·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tellen met het achtervoegsel -er. Dit is een leenvertaling van de Latijnse benaming numerator.
enkelvoud meervoud
naamwoord teller tellers
verkleinwoord tellertje tellertjes

Zelfstandig naamwoord

teller m

  1. (wiskunde) het getal boven de streep van een breuk
  2. (techniek) een apparaat om aantallen te tellen; meter [2]
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be