Sneeuw op de takken.
 
Sneeuw op een tv
  • sneeuw
  • In de betekenis van ‘neerslag in bevroren vlokken’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • via het Middelnederlandse snee m en Oudnederlands snēo van Gemeengermaans: *snaiwo-, vergelijk Gotisch: snaiws.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuw -
verkleinwoord - -

de sneeuwv / m

  1. (meteorologie) in vlokkige kristallen bevroren water
    • De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken. 
    • De Eskimotaal kent minstens tweeëntwintig verschillende woorden voor sneeuw  
    • Hij had ergens gelezen dat de Eskimo's meer dan tweehonderd verschillende woorden voor sneeuw hebben en als ze die niet hadden, zouden hun gesprekken behoorlijk eentonig zijn. Dus maken ze onderscheid tussen dunne sneeuw en dikke sneeuw, lichte sneeuw en zware sneeuw, natte sneeuw, tere sneeuw, sneeuw die in vlagen komt, sneeuw die voortgezweept wordt, sneeuw die via de laarzen van de buurman op de keurig schone vloer van je iglo terechtkomt, winterse sneeuw, lentesneeuw, de sneeuw die je je nog uit je jeugdjaren herinnert en die veel mooier was dan welke moderne sneeuw ook, fijne sneeuw, poedersneeuw, sneeuw uit de heuvels, sneeuw in de dalen, ochtendsneeuw, avondsneeuw, sneeuw die plotseling begint te vallen op het moment dat je wilt gaan vissen en sneeuw waarop de sledehonden, ondanks alle pogingen ze het af te leren, hebben gepist. [3] 
  2. ruis weergegeven door een televisietoestel
    • Door technische problemen bevatte het beeld veel sneeuw. 
  3. cocaïne
     Hetgene waar je wel verslaafd of afhankelijk kan van worden, dat is het gevoel, euforie of zelfzekerheid die Colombiaanse sneeuw teweeg brengt.[4]
  4. koolzuursneeuw, sneeuw van vast methaan, sneeuw van vaste stikstof
     De geleerden in Pasadena zijn verbaasd over de hoogte van de sneeuw- of ijsmassa's op de Martiaanse zuidpool. Zij denken dat het gaat om bevroren koolzuurgas of 'droog' ijs, omdat de dampkring van Mars te weinig waterdamp bevat voor zoveel echte sneeuw.[5]
     En hoewel deze met sneeuw bedekte bergtoppen op Pluto opvallend veel lijken op die van de aarde, ontstaan ze toch op een radicaal andere manier, zo beweren onderzoekers nu.[6]
  • Als sneeuw voor de zon verdwijnen
ergens niets van over blijven
  • Zwarte sneeuw zien
Het financieel heel moeilijk hebben; zware schulden hebben.
99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]
  1. "sneeuw" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892
  3. Adams, Douglas Eoin Colfer
    Tot ziens en bedankt voor de vis [2010] ISBN 978-90-225-5615-3 pagina 12
  4.   Weblink bron
    SFL
    “IJsberenforum” (12 april 2014)
  5.   Weblink bron Sneeuwbergen (6 augustus 1969) in: Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad
  6.   Weblink bron “Scientias” (14 oktober 2020) op Scientias.nl  
  7.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be