sneeuwijs

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwijs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sneeuwijs o [1]

  1. (meteorologie) ijs ontstaan door het opnieuw bevriezen van gedeeltelijk gesmolten sneeuw
    • Schaatsers houden niet van sneeuwijs. Het maakt een schaatsbaan onberijdbaar. 

Gangbaarheid

Verwijzingen