sneeuwvlakte
  • sneeuw·vlak·te
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwvlakte sneeuwvlaktes
sneeuwvlakten
verkleinwoord

de sneeuwvlaktev

  1. gebied dat bedekt is door een egale sneeuwlaag
     Doordat we niet altijd vaste paden volgden, werden we soms aan lange klimtouwen aan elkaar verbonden om steile sneeuwvlaktes te doorkruisen. Omdat ik altijd al last heb gehad van hoogtevrees vond ik deze steile stukken verschrikkelijk. Mijn jongere zusje hielp me hier overheen door rustig tegen me te praten als ik weer eens blokkeerde bij een steil stuk.[2]
     Op een sneeuwvlakte was de vrouw plotseling uitgegleden, van het pad geraakt en in een gat verdwenen. Bij een poging de vrouw uit het gat te halen, verdween ook de man.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron “Duits stel omgekomen in Oostenrijkse Alpen” (05 jun. 2019), De Telegraaf