• sneeuw·wit
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwwit
verkleinwoord

het sneeuwwito

  1. (kleur) zo wit als sneeuw
    • Heeft u die ook in het sneeuwwit? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sneeuwwit sneeuwwitter sneeuwwitst
verbogen sneeuwwitte sneeuwwittere sneeuwwitste
partitief sneeuwwits sneeuwwitters -

sneeuwwit

  1. (kleur), de kleur sneeuwwit hebbend, zo wit als sneeuw
    • Hij rijdt in een sneeuwwitte auto. 


96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be