turquoise

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tur·quoi·se
enkelvoud meervoud
naamwoord turquoise
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

turquoise o

  1. (kleur) kleur van het mineraal turkoois, een blauwgroene kleur
    • Heeft u die ook in het turquoise? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen turquoise turquoiser turquoisest
verbogen turquoisere turquoiseste
partitief turquoises turquoisers -

Bijvoeglijk naamwoord

turquoise

  1. (kleur) blauwgroene kleur
    • De hotels liggen aan prachtige witte stranden met een turquoise zee. 
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be