middeleeuwen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·del·eeu·wen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - middeleeuwen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

middeleeuwen mv

  1. (geschiedenis) de periode tussen ongeveer 300 n.Chr. tot 1500 n.Chr.
    • In de middeleeuwen zag het dagelijks leven van de mensen er totaal anders uit dan nu. 
     `Zwarte Piet' of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.[3]
Schrijfwijzen
Tot 2005 was de spelling Middeleeuwen.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen