• ro·se
  • Van het Franse rose.
enkelvoud meervoud
naamwoord rose
verkleinwoord - -

het roseo

  1. (kleur) een zeer bleekrode tertiaire kleur

rose

stellend
onverbogen rose
verbogen rose
  1. (kleur) de kleur rose hebbend
    • We hebben een rose flamingo gezien. 
  • door een rose bril bekijken.
zaken al te positief bezien.



rose

  1. (kleur) roos
enkelvoud meervoud
rose roses

rose

  1. (plantkunde) roos
  2. (RAL-kleur) bleekrood, een kleur met RAL-nummer 3017


  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
rose roses

rose

  1. (kleur) roze
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  rose     le rose     roses     les roses  

rose m

  1. (kleur) roze

rose v

  1. (plantkunde) roos
  2. (bouwkunde) roosvenster, rozet, rozetvenster


rose

  1. bloem