• vrou·we·lijk
  • Afgeleid van vrouw met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vrouwelijk vrouwelijker vrouwelijkst
verbogen vrouwelijke vrouwelijkere vrouwelijkste
partitief vrouwelijks vrouwelijkers -

vrouwelijk

  1. met betrekking tot een vrouw, kenmerkend voor een vrouw
    • vrouwelijke charmes. 
  2. (grammatica) behorend tot het woordgeslacht dat mannelijk noch onzijdig is
    • Directrice, merrie en liefde zijn vrouwelijke woorden in het Nederlands. 
99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be