vrouwelijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrou·we·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vrouw met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vrouwelijk vrouwelijker vrouwelijkst
verbogen vrouwelijke vrouwelijkere vrouwelijkste
partitief vrouwelijks vrouwelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

vrouwelijk

  1. met betrekking tot een vrouw, kenmerkend voor een vrouw
    • vrouwelijke charmes. 
  2. (grammatica) behorend tot het woordgeslacht dat mannelijk noch onzijdig is
    • Directrice, merrie en liefde zijn vrouwelijke woorden in het Nederlands. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be