Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Amber


Nederlands

 
3. De kleur amber.
Uitspraak
Woordafbreking
  • am·ber
Woordherkomst en -opbouw
  • van Middelnederlands ammer / ammer via Frans ambre van Arabisch  عَنْبَر zn  (anbar) "wasachtig grijs product afkomstig van walvissen", in de betekenis van ‘barnsteen, harssoort’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1] [2]
    • [2] waarschijnlijk omdat dit net als het product afkomstig van walvissen vaak aan de kust werd gevonden [2]
    • [3] van Engels amber dat verwijst naar de kleur van barnsteen
enkelvoud meervoud
naamwoord amber ambers
verkleinwoord ambertje ambertjes

Zelfstandig naamwoord

amber m

  1. hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvissen die het hoofdvoedsel van de potvis vormen
     De walvis, met name de potvis, bracht de wereld decennialang olie, amber en baleinen – en een klassiek geworden en nog steeds herdrukt boek over de strijd van een kapitein (Ahab) tegen een witte potvis (Moby Dick), tegen God en tegen zichzelf.[3]
  2. fossiel hars van bomen met geel-oranje kleur
     Op het lijf van een in amber versteende schimmelmug van 45 miljoen jaar oud werden in 2017 stuifmeelkorrels van orchideeën aangetroffen.[4]
  3. (kleur) kleur tussen geel en oranje in
    • Heeft u die ook in het amber? 
     De amber gekleurde markeringslichten en reflectoren moet je altijd aan de zijkant van het voertuig bevestigen.[5]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 2,0 2,1 amber op website: Etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron “Ahabs erfenis” (23 juni 2005) op nrc.nl
  4.   Weblink bron Gemma Venhuizen “Het echte raadsel van de bloemetjes en de bijtjes” (30 juli 2020) op nrc.nl
  5.   Weblink bron “Wat is amber?” (7 januari 2022) op tralert.com
  6.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈæm.bə(ɹ)/
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
amber ambers

Zelfstandig naamwoord

amber

  1. barnsteen
  2. amber
stellend vergrotend overtreffend
amber more amber most amber

Bijvoeglijk naamwoord

amber

  1. amber


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

amber

  1. genitief meervoud van ambra.


Turks

Zelfstandig naamwoord

amber

  1. barnsteen