• goud·kleu·rig
  • Samenstellende afleiding van goud en kleur met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goudkleurig goudkleuriger goudkleurigst
verbogen goudkleurige goudkleurigere goudkleurigste
partitief goudkleurigs goudkleurigers -

goudkleurig

  1. (kleur) een metalliek gele kleur bezittend, de kleur van goud
    • Zirkonium heeft een goudkleurig aanzien. 
     Rijen vensters gloeiden goudkleurig op, en het ruitvormige glas glinsterde. De enige vensters van glas die ik kende, waren de smalle boogramen in de kerk.[1]
99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]
  1. Danielle Teller (vert. Marja Borg)
    “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers  , ISBN 9789026346477
  2.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be