Sneeuwpret in het Vondelpark
  • sneeuw·pret
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwpret -
verkleinwoord - -

de sneeuwpretv / m

  1. plezier verschaft door gevallen sneeuw
    • De sneeuwpret van de jeugd ging nog een weekje door, voordat de dooi intrad.