sneeuwpret

Nederlands

 
Sneeuwpret in het Vondelpark
Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·pret
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwpret -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sneeuwpret v/m

  1. plezier verschaft door gevallen sneeuw
    • De sneeuwpret van de jeugd ging nog een weekje door, voordat de dooi intrad. 

Gangbaarheid

Verwijzingen