• azuur·blauw
enkelvoud meervoud
naamwoord azuurblauw
verkleinwoord

het azuurblauwo

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5009; een blauwe kleur zoals die van azuur.
     Veel leuker, maar ook langzamer, is de Route Nationale 7. Veel sterker dan op de Autoroute ervaar je hoe het landschap langzaam van kleur verschiet, van het sappige groen van de Bourgogne naar het azuurblauw van de Méditerranée, via het droge geel van de Provence.[1]
• Heeft u die ook in het azuurblauw? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen azuurblauw azuurblauwer azuurblauwst
verbogen azuurblauwe azuurblauwere azuurblauwste
partitief azuurblauws azuurblauwers -

azuurblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5009.
    • Hij rijdt in een azuurblauwe auto. 
     Een schitterend hotel met een azuurblauwe zee op de achtergrond contrasteerde heftig met de bakken regen die er in Almere-Buiten uit de lucht vielen.[2]


  1.   Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht  , ISBN 90-229-9182-2