capriblauw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pri·blauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord capriblauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

capriblauw o

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5019.
    • Heeft u die ook in het capriblauw? 
stellend
onverbogen capriblauw
verbogen capriblauwe

Bijvoeglijk naamwoord

capriblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5019.
    • Hij rijdt in een capriblauwe auto. 
Vertalingen


Gangbaarheid