Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paars·blauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paarsblauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

paarsblauw o

  1. (RAL-kleur) een kleur tussen paars en blauw met RAL-nummer 5000.
    • Heeft u die ook in het paarsblauw? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen paarsblauw paarsblauwer paarsblauwst
verbogen paarsblauwe paarsblauwere paarsblauwste
partitief paarsblauws paarsblauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

paarsblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur tussen paars en blauw, met RAL-nummer 5000.
    • Hij rijdt in een paarsblauwe auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid