roodbruin

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rood·bruin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roodbruin
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

roodbruin o

  1. (RAL-kleur) een kleur bruin met RAL-nummer 8012.
    • Heeft u die ook in het roodbruin? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen roodbruin roodbruiner roodbruinst
verbogen roodbruine roodbruinere roodbruinste
partitief roodbruins roodbruiners -

Bijvoeglijk naamwoord

roodbruin

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur bruin, met RAL-nummer 8012.
    • Hij rijdt in een roodbruine auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be