muisgrijs
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- muis·grijs
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van muis en grijs
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | muisgrijs | |
verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
muisgrijs o
- (RAL-kleur) een kleur grijs met RAL-nummer 7005.
- Heeft u die ook in het muisgrijs?
stellend | vergrotend | overtreffend | |
---|---|---|---|
onverbogen | muisgrijs | muisgrijzer | muisgrijst |
verbogen | muisgrijze | muisgrijzere | muisgrijste |
partitief | muisgrijs | muisgrijzers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
muisgrijs
- (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur grijs, met RAL-nummer 7005.
- Hij rijdt in een muisgrijze auto.
Vertalingen
1.
Gangbaarheid
- Het woord muisgrijs staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek uit 2013 werd "muisgrijs" herkend door:
93 % | van de Nederlanders; |
94 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑ Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be