mosgroen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mos·groen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mosgroen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mosgroen o

  1. (RAL-kleur) een kleur groen met RAL-nummer 6005.
    • Heeft u die ook in het mosgroen? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mosgroen mosgroener mosgroenst
verbogen mosgroene mosgroenere mosgroenste
partitief mosgroens mosgroeners -

Bijvoeglijk naamwoord

mosgroen

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur groen, met RAL-nummer 6005.
    • Hij rijdt in een mosgroene auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be