Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zich vermaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spelen
speelde
gespeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

spelen

  1. recreatief of ontspannend bezig zijn
    • De kinderen zijn rustig aan het spelen. 
  2. (muziek) muziek maken op een muziekinstrument
     Tatertot was helemaal op dreef en had inmiddels geregeld dat Necktie met zijn gitaar kon meedoen met de lokale bluegrassband die in de brouwerij aan het spelen was.[2]
  3. (seksualiteit) met zichzelf ~ masturberen
  4. vervullen van een rol
     Waarschijnlijk was het helemaal niet terecht geweest dat hij de twee Duitse schrijvers had vervloekt die om een of andere reden niet samen in het Grand Hotel in Saltsjôbaden wilden verblijven, zodat een van hen, helaas de bolsjewiek en niet de Nobelprijswinnaar, bij hen thuis in Villa Bellevue moest logeren. Wat tot gevolg had dat hij naar huis moest om de gastheer te spelen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Iemand die iets verkeerds heeft gedaan, desondanks verdedigen
  • De eerste viool spelen
Het hoogste woord hebben en de baas spelen
  • De vermoorde onschuld spelen
  • Hoog spel spelen
veel of grote risico's nemen
  • Hoog spel spelen
Veel of grote risico's nemen
  • Iemand in de kaart spelen
Iemand onbewust helpen (terwijl dat juist niet de bedoeling is)
  • Luistervinkje spelen
Stiekem een gesprek tussen anderen afluisteren
  • Met vuur spelen
Met gevaarlijke dingen laks omgaan, gevaarlijke dingen doen
  • Mooi weer spelen
Iets mooier voordoen dan het is, vaak om het eigen gezicht te redden (vgl. de schone schijn ophouden)
  • Onder één hoedje spelen
Samen iets oneerlijks doen
  • Op de poot spelen
Bij de kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen
  • Open kaart spelen
Eerlijk en openhartig zijn
  • Parten spelen
  • Poot-aan spelen
Hard doorwerken (om op tijd te zijn)
  • Va-banque spelen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

spelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spel
Hyponiemen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • brood en spelen
    voedsel en vermaak, opgevat als middelen waarmee een regiem de bevolking rustig houdt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "spelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be