Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Aal


Nederlands

 
Een aal/paling (Anguilla anguilla)
Uitspraak
Woordafbreking
  • aal
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord aal alen
verkleinwoord - -
2,3,4,5 enkelvoud meervoud
naamwoord aal alen
verkleinwoord aaltje aaltjes

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. v mestvocht
  2. o (drinken) licht bier
  3. m (straalvinnigen) Anguilla anguilla   kleine en jonge paling
    • Een aal is een heel gladde vis die moeilijk vast te pakken is. 
  4. m, (religie) verkorte vorm van "aalmoezenier"
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Zo glad als een aal
iemand waarop je geen vat krijgt
  • een gladde aal
een slimmerik
  • te vangen als een aal bij zijn staart
zo dat men hem moeilijk te spreken krijgt, niet gemakkelijk vast te zetten
  • aal is geen paling
er is verschil
Vertalingen
Anagrammen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord aal alen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. (dierkunde) aal; paling
Synoniemen


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. (straalvinnigen) aal; paling.


Manx

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. draagbaar, draagstoel, stalstro, stalmest, strobedekking, rommelboeltje, afval, worp (jongen).
  2. nest
  3. broedsel


Maya

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. zoon


Nedersaksisch

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord aal alen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. (dierkunde) aal; paling
Schrijfwijzen
Synoniemen

Bijwoord

aal

  1. al, reeds
Schrijfwijzen


Yucateeks

Bijvoeglijk naamwoord

aal

  1. zwaar, drukkend
  2. hevig

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. (anatomie) vinger
  2. (anatomie) teen