Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • die·ren
Woordherkomst en -opbouw
  •  dier zn  met de uitgang -en

Zelfstandig naamwoord

dieren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dier
  2. alleen meervoud (biologie) een fylogenetisch rijk waar ook de mens toe behoort
    • Dieren zijn meercellige chemo-heterotrofe organismen. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dar

dieren

  1. derde persoon meervoud toekomende tijd (futuro) van dar (modo subjuntivo/aanvoegende wijs)