pruimkleur

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pruim·kleur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pruimkleur
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pruimkleur o

  1. (kleur) de kleur van een pruim
    • Heeft u die ook in pruimkleur? 
Synoniemen


Gangbaarheid