Nederlands

 
[1] Twee wilde eenden: rechts een mannetje (woerd), links een wijfje ([2] eend).
Uitspraak
Woordafbreking
  • eend
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eend eenden
verkleinwoord eendje eendjes

Zelfstandig naamwoord

de eendv / m

  1. m (eendvogels) benaming voor veel watervogels uit de familie Anatidae  
  2. v (dierkunde) vrouwtje van een eendensoort
    • De woerd van de Amerikaanse en Eurazische smient zijn goed in het veld te onderscheiden maar de eend niet. 
  3. (scheldwoord) dom iemand
    • Welke eend doet nou zoiets? 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een vreemde eend in de bijt
Iemand die niet past in de groep
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord eend eende

Zelfstandig naamwoord

eend

  1. (eendvogels) eend