Hoofdmenu openen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Eu·ro·pa
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn Europa [1]
demoniem
inwoner Europeaan (Europeeër)
vrouwelijke inwoner Europese (Europeaanse)
bijvoeglijk Europees (Europeaans)
enkelvoud meervoud
naamwoord Europa -
verkleinwoord - -

Eigennaam

Europa o

  1. (toponiem), (werelddeel) het Europese continent, dat ten noorden van Afrika en ten westen van Azië ligt. Het belangrijkste Europese orgaan is de Europese Unie (EU)
  2. (astronomie) een van de vier grote manen van de planeet Jupiter
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Werelddelen in het Nederlands

AfrikaAntarcticaAziëEuropaNoord-AmerikaOceaniëZuid-Amerika

Het zonnestelsel in het Nederlands

ZonMercuriusVenusAardeMarsJupiterSaturnusUranusNeptunus
PlutoErisMakemakeHaumeaCeres
MaanDeimosPhobosEuropaIoCallistoGanymedesTitanTitaniaOberonTriton

Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Alemannisch

Eigennaam

Europa

  1. (toponiem), (werelddeel) Europa
    «Europa isch an Kontinänt.»
    Europa is een continent.


Baskisch

Bosnisch

Catalaans

Deens

Drents

Eigennaam

Europa

  1. (toponiem)(werelddeel) Europa; het Europese continent, dat ten noorden van Afrika en ten westen van Azië ligt. Het belangrijkste Europese orgaan is de Europese Unie (EU)

Meer informatie


Duits

Galicisch

Interlingua

Italiaans

Kroatisch

Latijn

Litouws

Nedersaksisch

Eigennaam

Europa

  1. (toponiem)(werelddeel) Europa; het Europese continent, dat ten noorden van Afrika en ten westen van Azië ligt. Het belangrijkste Europese orgaan is de Europese Unie (EU)

Meer informatie


Noors

Nynorsk

Oost-Fries

Eigennaam

Europa

  1. (toponiem)(werelddeel) Europa; het Europese continent, dat ten noorden van Afrika en ten westen van Azië ligt. Het belangrijkste Europese orgaan is de Europese Unie (EU)


Pools

Portugees

Roemeens

Spaans

West-Vlaams

Eigennaam

Europa

  1. (toponiem), (werelddeel) Europa
    «Zweedn is e land in ’t nôordn van Europa
    Zweden is een land in het noorden van Europa.
    «Finland is e Scandinoavisch land, 't ligt dus in 't nôorn van Europa
    Finland is een Scandinavische land, het ligt dus in het noorden van Europa.
    «De ôge middelêeuwn liepn tot de 13de êeuwe en woarn een belangryke periode vo Europa
    De hoge middeleeuwen liepen tot de 13de eeuw en waaraan een belangrijke periode van Europa.
    «Qua ippervlak is Europa 't twidde klinste werelddêel, met oungeveer 10.390.000 vierkante kilometers, wa da 2,0% van d'ippervlakte van de weireld is.»
    Qua oppervlak is Europa het tweede kleinste werelddeel met ongeveer 10.390.000 vierkante kilometers, waar het 2,0% van de oppervlakte van de wereld is.


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • Eu·ro·pa
Naar frequentie 1981
  enkelvoud
nominatief   Europa  
genitief   Europas  

Eigennaam

Europa, o

  1. (toponiem), (werelddeel) Europa
    «Europa är en av världsdelarna, som befinner sig norr om Afrika, väster om Asien.»
    Europa is één van de werelddelen dat zich ten noorden van Afrika en ten westen van Azië bevindt.
Verwante begrippen


Werelddelen in het Zweeds

AfrikaAntarktisAsienEuropaNordamerikaOceanienSydamerika