werelddeel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·deel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werelddeel werelddelen
verkleinwoord werelddeeltje werelddeeltjes

Zelfstandig naamwoord

werelddeel o

  1. een zeer groot boven de zee uitstekend stuk droog land en de omringende eilanden die op hetzelfde continentale plat liggen
     De CDT noch de AT stonden hoog op mijn lijst, met als voornaamste reden dat ik graag in een ander werelddeel zou willen lopen om diverse culturen mee te maken.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be