toponiem

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·po·niem
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Griekse woord τόπος (tópos, oord) met het achtervoegsel -oniem
enkelvoud meervoud
naamwoord toponiem toponiemen
verkleinwoord toponiempje toponiempjes

Zelfstandig naamwoord

toponiem o

  1. een eigennaam die een geografisch begrip benoemt
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be