Nederlands

 
Secale cereale
Uitspraak
Woordafbreking
  • rog·ge
Woordherkomst en -opbouw
afkomstig van:
in de betekenis ‘graangewas’ aangetroffen vanaf 1240 [1]
verwant in Germaans:
verwant in Baltoslavisch:
enkelvoud meervoud
naamwoord rogge -
verkleinwoord roggetje roggetjes

Zelfstandig naamwoord

rogge m

  1. (graan) (voeding) (enige) graansoort van het geslacht Secale  , te weten Secale cereale   die vooral geteeld wordt om er roggebrood en ontbijtkoek van te maken. In Ierland en de Verenigde Staten ook voor de productie van whisky
  2. het zaad van rogge, roggekorrels
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Fries

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

rogge

  1. (plantkunde) rogge


Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

rogge

  1. (plantkunde) rogge