geneeskunde

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Geneeskunde

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·nees·kun·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geneeskunde -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geneeskunde v

  1. (wetenschap) de wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van ziekten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

geneeskunde

  1. (wetenschap) geneeskunde