boswilg

Salix caprea

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

bos·wilg

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boswilg boswilgen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boswilg m

  1. (bloemplanten) bepaald soort loofboom Salix caprea  , die inheems is in de Benelux en tot 14 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie Salicaceae  
Synoniemen
Verwante begrippen
namen van loofbomen in de Benelux
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen