stelling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stelling stellingen
verkleinwoord stellinkje stellinkjes

Zelfstandig naamwoord

stelling v

  1. (wiskunde) (filosofie) een bewering waarvan de juistheid is bewezen, een theorema
  2. een formulering van een mening, een stellingname, these
     Hij ging altijd in discussie en kon met een stevige stelling mensen goed uitdagen.[3]
  3. (sport) (spel) de stand van stukken op een bord, een opstelling
  4. (militair) een verdedigingswerk
  5. stellage, stellingkast, magazijnstelling
  6. steiger, bouwsteiger
  7. houten omloop (galerij) rond bepaalde windmolens om de wieken te bedienen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een stelling bestrijden.

  • Tegenargumenten voor een stelling noemen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen