Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: héen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van plaats: weg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     heen  
 persoonlijk     erheen  
aanwijz.   nabij     hierheen  
  veraf     daarheen  
  vragend/betrekk.     waarheen  


Bijwoord

heen [2]

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: weg [3]
  2. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: in de richting van, naartoe
    • erheen: Hij ging er snel heen. 
  3. scheidbaar deel van sommige bijwoorden en voorzetsels, bijvoorbeeld overheen, achterheen
    • Hij reed over de brug heen. 
     Ik kon niet alles goed volgen, maar het monotone geluid van stemmen om mij heen voelde veilig en vertrouwd.[4]
  4. ~ en weer: in een bepaalde richting en weer terug
    • De schommel ging heen en weer en de kinderen genoten. 
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord heen henen
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

heen

  1. (plantkunde) Bolboschoenus maritimus   een grasachtige soort binnen de familie van de Cypergrassen (Cyperaceae  ) [5] [6]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen