[2] Een prime-interval: 2 maal de toon a

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·me
Woordherkomst en -opbouw

Van het Latijnse primus: 'eerste'

enkelvoud meervoud
naamwoord prime primes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

prime v

  1. (muziek) de eerste toon van een diatonische toonladder
  2. (muziek) een bijzonder interval waarbij er geen afstand naar een andere toon is, de prime is een opeenvolging of samenklank van twee dezelfde tonen)
    • Een prime heet overmatig als één van de tonen verhoogd is, bijv. c en cis. 
  3. (religie) een van de kleine kerkelijke getijden
    • Bij de aanvang van het werk, met name in kloosters, wordt het officie van de prime gebeden. 
Gelijkklinkende woorden
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan Middelfrans prime (uit Latijn primus “eerste, voornaamste”), aangetroffen sinds ca. 1400.

Bijvoeglijk naamwoord

prime

  1. eerste, voornaamste in rang, waardigheid
  2. eerste, vroegste, oudste in tijd, tijdsvolgorde
  3. beste, uitstekend in kwaliteit, waarde
  4. (wiskunde) priem
enkelvoud meervoud
prime primes

Zelfstandig naamwoord

prime

  1. (historisch) het eerste uur van de dag, gerekend vanaf de zonsopgang
  2. (religie) de kerkdienst, mis gehouden op het eerste uur van de dag
  3. (muziek) prime, de eerste noot van een toonladder
  4. het eerste, vroegste van iets
  5. (sport) de eerste positie, basispositie (bijv. van schermen, zwaardvechten)
  6. (wiskunde) priemgetal
  7. (kaartspel) een hand van 4 kaarten van verschillende kleuren
  8. (wiskunde) het typografische symbool ' dat seconden, graden en (translatie) afleidingen aangeeft.
  9. (eenheid) het typografische symbool ' dat de foot (Engelse voet= 30,48 cm), inch (Engelse duim = 2,54 cm), aangeeft

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  prime     la prime     sixtes     les sixtes  

Zelfstandig naamwoord

prime v

  1. (muziek): prime
  2. (spreektaal) bon, bekeuring
    «Ce chauffard d'un Joseph a chopé une prime
    Die wegpiraat van een Joseph is op de bon gegaan. [2]

Verwijzingen