bekeuring

bekeuring

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·keu·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekeuring bekeuringen
verkleinwoord bekeurinkje bekeurinkjes

Zelfstandig naamwoord

bekeuring v

  1. een boete die wordt opgelegd voor het overtreden van een wet
    • Hij kreeg een bekeuring voor het rijden door het rode verkeerslicht. 
    • Veel mensen krijgen een bekeuring voor foutief parkeren. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

bekeuring

  1. bekeuring


Veluws

Zelfstandig naamwoord

bekeuring

  1. bekeuring