broodbeleg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brood·be·leg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord broodbeleg broodbeleggen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

broodbeleg o

  1. (voeding) eetbare waar die gebruikt wordt om brood te beleggen
    • Honing is erg lekker als broodbeleg. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be