Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 's nachts
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

's nachts

  1. (tijdrekening) gedurende de nacht
    • Uilen jagen vooral 's nachts. 
     0, ja, hij kon goed klimmen, op de rotsen tenminste, hij was gewend aan de kou, want in de bergen was het 's nachts altijd koud.[1]
     Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.[2]
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 11
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers