• za·ter·dag·mid·dag
enkelvoud meervoud
naamwoord zaterdagmiddag zaterdagmiddagen
verkleinwoord zaterdagmiddagje zaterdagmiddagjes

de zaterdagmiddagm

  1. (tijdrekening) de uren van een zaterdag tussen het middaguur en de avond
    • We hebben die hele zaterdagmiddag in het ziekenhuis doorgebracht. 
    • Het vliegtuig kwam uiteindelijk op zaterdagmiddag om 16.10 uur aan, zeven uur te laat. Als gevolg van de verstoring raakte nog een aantal andere vluchten vertraagd. [1] 

zaterdagmiddag

  1. (tijdrekening) op de middag van de zaterdag
    • Kun je zaterdagmiddag ook komen?