Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: i
De grote I en de kleine I.

I

  1. het Romeinse symbool voor 1

I

  1. het getal 1 in Romeinse cijfers, getal één, tussen nul en twee.

I

  1. de hoofdletter van de negende letter van het Latijnse alfabet.


Periodiek systeem der elementen (symbolen)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr

I

  1. (scheikunde), (element) symbool voor het scheikundig element jodium/jood met atoomnummer 53, een halogeen
  2. (natuurkunde) symbool voor de grootheid elektrische stroom
  3. (kristallografie) symbool van de Internationale Notatie dat aanduidt dat het translationele deel van een ruimtegroep overeenkomt met een eenheidscel die ruimtegecentreerd is
  4. (kristallografie) symbool van de schönfliessnotatie dat een icosaëdrische puntgroep aanduidt
  • [3]


  • I
enkelvoud meervoud
naamwoord  I  I's
verkleinwoord I'tje I'tjes

de Iv / m

  1. (taalkunde) hoofdletter van de i, de negende letter van het alfabet


I

  • (taalkunde) I (de negende letter van het Anglo-Normandische alfabet)


I

  1. eerste persoon enkelvoud onderwerpsvorm: ik.


  • I

I m

  1. (taalkunde) I, letter, klinker.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   I     I-en     I-er     I-ene  
genitief   I-s     I-ens     I-ers     I-enes  


  • I

I m

  1. (taalkunde) I, letter, klinker.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   I     I-en     I-ar     I-ane  
genitief   I-s     I-ens     I-ars     I-anes  
  1. I, Online Etymology Dictionary