brengen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vervoeren’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
Indo-Europees: *bhrenk-[2]
  • Afkomstig van:
Middelnederlands: bringhen
Oudnederlands: bringan
Germaans: *bringanan
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: bring (Angelsaksisch: bringan), Duits: bringen, (Oudhoogduits: bringan), Fries: bringe
Noord: Zweeds: bringa, Deens: bringe, Noors: bringe, bringa
Oost: Gotisch: briggan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
brengen
brɛŋə(n)
bracht
brɑxt
gebracht
ɣə'brɑxt
zwak -cht volledig

Werkwoord

brengen

  1. overgankelijk ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
     'Monsieur Point was erg goed in marketing. In die tijd lieten veel mensen zich vervoeren door een chauffeur. Hij beloofde de chauffeurs een gratis maaltijd als ze hun baas naar zijn restaurant zouden brengen', zegt Henriroux.[3]
     Het was nog donker toen Jack arriveerde om mij met zijn auto naar de Mexicaanse grens brengen.[4]
    • Hij brengt altijd slecht nieuws. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "brengen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. BRENGEN (AANDRAGEN), etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Middelnederduits

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

brengen

  1. brengen
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening


Middelnederlands

Uitspraak
  • IPA: /breŋɡən/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnederlandse bringan

Werkwoord

brengen

  1. brengen
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening


Nedersaksisch

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

brengen

  1. brengen; ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
Schrijfwijzen


Veluws

Werkwoord

brengen

  1. brengen; ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven


Westfaals

Werkwoord

brengen

  1. (Zuidwestfaals) brengen
Schrijfwijzen