Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuid
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘windstreek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 918 [1]
Middelnederlands: suut
Oudnederlands: sūth (1001)
Germaans: *sunþera- [3]
Indo-Europees: *sH2un-téro- 'tegenover de zon'
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: south (Angelsaksisch: sūð), Duits: süd, (Oudhoogduits: sund), Fries: súd (Oudfries: sūth(ar))
Noord: Deens sønder 'naar het zuiden', Nynorsk sør (Oudnoords: suðr), IJslands/Faeröers: suður

Bijwoord

zuid

  1. (windstreek) in de richting van de pool die op Antarctica ligt
    • De wind draaide van oost naar zuid. 
     De buurstaat Oregon daarentegen liep ik in drie weken van zuid naar noord.[4]
Antoniemen
Afgeleide begrippen

standaardafleidingen:ZuidzuidelijkzuidenZuidenzuider (zuidenwind)

Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zuid" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. zuid op website: Etymologiebank.nl
  3. Guus Kroonen. 2013. Etymological Dictionary of Proto-Germanic. Leiden: Brill Publishers, p. 492.
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be