zuidtak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuid·tak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zuidtak zuidtakken
verkleinwoord zuidtakje zuidtakjes

Zelfstandig naamwoord

zuidtak m

  1. de tak van een tracé dat richting het zuiden gelegen is.
    • Er werd een nieuwe zuidtak van de metro aangelegd. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be