Hoofdmenu openen

Nederlands

Indonesisch

Papiamento

Quechua

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈpa.ɾa/
Woordafbreking
  • pa·ra

Voorzetsel

para

  1. voor, bestemd voor
  2. naar, met bestemming
  3. tegen

Werkwoord

vervoeging van
parar

para

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van parar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van parar
vervoeging van
parir

para

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van parir
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van parir
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van parir
Anagrammen


Turks