Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vaar·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vaardigheid vaardigheden
verkleinwoord vaardigheidje vaardigheidjes

Zelfstandig naamwoord

vaardigheid v

  1. het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
    • Zij heeft de vaardigheid goed met kinderen om te kunnen gaan. 
     Het draait niet alleen maar om praktische vaardigheden.[1]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018),
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be