schrijver

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrij·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schrijver schrijvers
verkleinwoord schrijvertje schrijvertjes

Zelfstandig naamwoord

schrijver m

  1. een persoon die schrijft
  2. (beroep) een persoon die beroepsmatig schrijft
    • Mijn buurman is schrijver. 
    • Vorige week was er op Catawiki een online-veiling met handschriften en eerste drukken van de verzamelaar, reiziger, schrijver en programmamaker Büch. Onder de parafernalia ook twee ingelijste fineliner-tekeningetjes van Drost: inderdaad fijn en vrolijk. [1] 
     Het artikel was geschreven door Amy Morin, een Amerikaanse psychotherapeut en schrijver, die een checklist ontwikkelde van 13 dingen die mentaal sterke mensen karakteriseren.[2]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be