dichter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dich·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dichter dichters
verkleinwoord dichtertje dichtertjes

Zelfstandig naamwoord

dichter m

  1. (beroep) iemand die poëtische kunst voortbrengt
    • Guido Gezelle en Gerard Achterberg zijn beroemde dichters. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

dichter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van dicht
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

dichter

  1. (beroep) dichter


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

dichter

  1. (beroep) dichter