demoniem
inwoner Namibiër
vrouwelijke inwoner Namibische
bijvoeglijk Namibisch
  • Na·mi·bië
enkelvoud bezitsvorm meervoud
naamwoord Namibië Namibiës -
verkleinwoord - - -

Namibië o

  1. (toponiem: land) een land in zuidelijk Afrika
    • Ik weet niet meer wie, maar iemand uit onze familie woont in Namibië. 
Landen in Afrika in het Nederlands
AlgerijeAngolaBeninBotswanaBurkina FasoBurundiCentraal-Afrikaanse RepubliekComorenCongo-BrazzavilleCongo-KinshasaDjiboutiEgypteEquatoriaal-GuineaEritreaEthiopiëGabonGambiaGhanaGuineeGuinee-BissauIvoorkustKaapverdiëKameroenKeniaLesothoLiberiaLibiëMadagaskarMalawiMaliMarokkoMauritaniëMauritiusMozambiqueNamibiëNigerNigeriaOegandaRwandaSao Tomé en PrincipeSenegalSeychellenSierra LeoneSoedanSomaliëSwazilandTanzaniaTogoTsjaadTunesiëZambiaZimbabweZuid-AfrikaZuid-Soedan


  • Na·mi·bië
enkelvoud meervoud
naamwoord Namibië -

Namibië

  1. (toponiem: land) Namibië
Landen in Afrika in het Afrikaans

AlgeriëAngolaBeninBotswanaBurkina FasoBurundiDemokratiese Republiek van die KongoDjiboetiEgipteEkwatoriaal-GuineeEritreaEthiopiëGaboenGambiëGhanaGuineeGuinee-BissauIvoorkusKaap VerdeKameroenKeniaKomoreLesothoLiberiëLibiëMadagaskarMalawiMaliMarokkoMauritaniëMauritiusMosambiekNamibiëNigerNigeriëRepubliek van die KongoRwandaSão Tomé en PrincipeSenegalSentraal-Afrikaanse RepubliekSeychelleSierra LeoneSoedanSomaliëSuid-AfrikaSuid-SoedanSwazilandTanzaniëTogoTsjaadTunisiëUgandaZambiëZimbabwe