• pond
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘muntstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1237 [1]
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gewichtseenheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord pond ponden
verkleinwoord pondje pondjes

het pondo

  1. (financieel) naam voor verschillende munteenheden die in het Verenigd Koninkrijk en sommige Engelstalige landen worden gebruikt
  2. (numismatiek) munstuk of bankbiljet met de waarde van 1 pond
  3. (eenheid) een verouderde maat van gewicht: 1 Engels pond is 454 gram; 1 metrisch pond is 500 gram
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]


pond

  1. een klein meer of een vijver.