• klas·se
enkelvoud meervoud
naamwoord klasse klassen
verkleinwoord klassetje klassetjes

de klassev

  1. verzameling gelijkwaardige individuen
    • De arbeiders vormden duidelijk hun eigen klasse in de maatschappij van de vroege twintigste eeuw, maar later werden de grenzen minder scherp. 
  2. (wiskunde) alle elementen van een wiskundige groep die door een similariteitstransformatie in elkaar over te voeren zijn
    • In de kubische puntgroep Oh vormen de acht C3-operaties een klasse. 
  3. (biologie) taxon dat bestaat uit een of meer ordes en dat deel uitmaakt van een stam (phylum)
    • De klassen Mammalia en Aves behoren in de traditionele systmatiek tot de Vertebrata. 
  4. vooral als versterkend voorvoegsel hoge kwaliteit
     Kok bewees haar klasse in Thialf op ondubbelzinnige wijze door drie van de vier afstanden te winnen.[3]
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. klasse op website: Etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron
    Henk Stouwdam
    “Boeiende schaatsstrijd tussen Leerdam en Kok, twee tegengestelde karakters” (29 november 2020) op nrc.nl  
  4.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be